9-jarig karttalent met 120 kilometer per uur over het circuit

VINKEVEEN Colin van Lammeren (9) was slechts drie jaar toen hij voor het eerst op een quad stapte en rondjes door de straat reed. Nu is hij negen en staat hij als beste karter van de Provincie Utrecht in de Formido Kidskartcup. 'Ik hoop later net zo snel te worden als Max Verstappen', glundert Colin. Het gezin Van Lammeren gaat bijna jaarlijks op vakantie naar Amerika. Daar stapte Colin voor het eerst in een kart toen hij net zes jaar was. 'Hij verbrak meteen het baanrecord van de baan in Orlando', spreekt zijn vader Björn van Lammeren vol trots. 'Hij had altijd al vreselijk goede controle over gemotoriseerde voertuigen. Met dat talent wilden we graag iets doen. Hij zat toen nog op voetbal, maar eigenlijk pastte die sport helemaal niet bij hem.' Een halfjaar geleden begon Colin met rijden bij de Kartfabriek in Maarssen, waar hij nu wekelijks op zondag les krijgt. 'Het belangrijkste wat ik geleerd heb, is het blijven gasgeven in de bochten', vertelt Colin. 'Eerst remde ik altijd in een bocht, maar je moet gewoon gas houden. De jonge Vinkevener rijdt nu in een eigen kart die begrensd is op een maximum snelheid van 120 kilometer per uur. Om zijn lijf te beschermen draagt hij een nek- en borstprothese, een dik pak, handschoenen en een helm. 'Natuurlijk kan het gevaarlijk zijn', stelt hij stoer. 'Maar het is bijna gevaarlijker om alleen naar school te fietsen.' Tijdens de Formido Talentscouting gaat hij als snelste pupil van de provincie Utrecht naar de kwartfinales die op zondag 24 september verreden worden. Wat zijn geheim is? 'Je moet durven!', benadrukt hij. 'Als je een bocht ingaat, stuur je eerst naar buiten, dan naar binnen en weer naar buiten. Hoe minder je stuurt hoe minder snelheid je verliest. Daarbij moet je niet de hele tijd remmen, maar gewoon even kort je rem intrappen voordat je de bocht insnijdt en natuurlijk een beetje meehangen naar de buitenkant van de bocht waardoor je de druk op je wielen verhoogt en beter grip houdt.' Colin zit op de bank alsof hij vertelt over een voetbalwedstrijd. Voor hem is het karten niets bijzonders, hij doet het gewoon graag. Zijn vader is meer onder de indruk. 'Deze zomer waren we op vakantie in Kroatië. Daar reed hij zelfs de volwassenen helemaal zoek. Ik durf al niet meer tegen hem te rijden. Hij gaat zo ongelofelijk hard.'