• PR

Column Truus Oudendijk

Truus Oudendijk (60+) is freelance journalist en schrijft voor de lokale en regionale media. Ze is getrouwd met Hans, moeder van twee dochters en een zoon en oma van zeven kleinkinderen.

Luilekkerland

Het is hartstikke gezellig in mijn tuin. Wij zijn van de voedselvoorziening, dus het is een drukte van belang op en om het huis.

Vogels van allerlei pluimage doen zich te goed aan al het lekkers wat wij hebben opgehangen. Naast gefladder langs mijn keukenraam wandelt er ook van alles door het gras. Mijn kippen onder andere. Ik weet dat er een ophokplicht is, maar wij wonen zo ver van de plaats des onheils dat ik het aandurf om ze 's morgens de ruimte in de tuin te geven.

Terwijl ik door het raam van de keukendeur naar buiten sta te kijken, zie ik een bruin snoetje een duik in de waterplas voor het kippenhok nemen. Twee handjes poetsen zorgvuldig het neusje en de oogjes schoon, oortjes krijgen ook een beurt.

Door het gras zie ik nog zo'n donzig vachtje aan komen lopen, ook op weg naar een wasbeurt. Het lijkt wel of ze wat afgesproken hebben met elkaar, want onder de heg dartelen er nog twee en nummer vijf wandelt net het trappetje op, het nachthok in. Ratten, want daar heb ik het over. De polder achter ons huis heeft de hele zomer vol met mais gestaan. Voer in overvloed, prachtige schuilplaats, dus ze hebben zich vermenigvuldigt bij het leven. Hele families wonen er . Maar nou het mais geoogst is en die polder door de vele regen onder water staat, de sloten rondom overstromen en ook mijn tuin een zompig moeras is, moeten ze hun heil ergens anders zien te vinden.

Ze zijn massaal op zoek naar voer. Bij onze buren valt niks te halen die hebben alleen een killer kat rond lopen, dat schiet niet op. Huize Oudendijk is de eerst stop in Luilekkerland. Daar hangt in het kippenhok een grote bunker vol met voer. De hele dag beschikbaar is.

Ze komen met zijn allen bij ons winkelen, vaak met zijn twintigen tegelijk. De hele trukendoos wordt opengetrokken, er is een tunnel onder het asfalt van de oprit gegraven en ze kruipen onder de tegels in de ren door. Ik moet eerlijk toegeven dat ik ze eigenlijk best mooi vind; zacht, bruin en donzig, met pientere snoetjes en een lange staart. Dat denk ik in een zachtmoedige bui vanachter mijn keukenraam.

Maar als ze met tientallen tegelijk tegen het gaas van de kippenren opvliegen, lopen de rillingen over mijn rug. We moeten iets ondernemen, dat is duidelijk. Maar daarover later.

Truus Oudendijk