• PR

Column Truus Oudendijk

Truus Oudendijk (60+) is freelance journalist en schrijft voor de lokale en regionale media. Ze is getrouwd met Hans, moeder van twee dochters en een zoon en oma van zeven kleinkinderen.

Barcelona

We zitten aan de voet van de Pyreneeën aan een bordje pasta pesto, met gedroogd tomaatjes en Parmezaanse kaas. Glaasje rood erbij. Het is te koud om buiten te zitten, maar binnen in de camper is het warm en comfortabel. 'As tears go by' van The Stones als achtergrondmuziek. Daarna 'I'm a little red rooster'. Het past perfect in onze hippietour. We voelen ons twintig. Dat zijn we natuurlijk niet. Maar het gevoel alleen is al belangrijk. Eeuwig jong, dat willen we toch allemaal? Hoewel de term oudere jongere niet meer op ons van toepassing is, blijf ik nog wel hechten aan 'jongere oudere', al wordt dat inmiddels ook een twijfelachtig begrip. Eergisteren hebben we Barcelona bezocht. Als een stel Japanners of Amerikanen. Dat wil zeggen: in vogelvlucht. Zoonlief was er een paar dagen met vrouw en kind om de verjaardag van zijn zwager te vieren. Terwijl wij nog met onze benen in de zon aan de Costa Tropicana zaten, kwam er een appje; 'Zijn jullie dan misschien ook in Barcelona?'

En wat doe je dan als gekke ouders? Je maakt een plan om die kant op te rijden. Onzin natuurlijk, want ik zie die jongen normaal wekelijks, maar alleen al het feit dat hij er naar uitkijkt om ons na een paar weken afwezigheid weer te zien, doet je hart smelten. En het werd trouwens toch tijd voor de terugreis. Als we op een parkeerterrein aan de rand van de stad staan, rolt er een berichtje in mijn telefoon: 'Is het daar wel veilig? Volgens ons sta je in een achterstandswijk.' Fijn zo'n meedenkend kind.

Maar we staan er prima. Tussen vrachtwagens op een ommuurd terrein vol met Graffiti, maar wel bewaakt en achter een slagboom. We hebben maar een paar uur de tijd om de stad te bekijken. Morgen wacht een andere afspraak. 'Die Sagrada Familia moet ik zien' zeg ik tegen Man.

Wat een idioot gebouw. De binnenkant bewaren we tot een volgende keer, want over twee dagen is er pas een plek. Maar 'so be it'. Ik heb aan de buitenkant genoeg om van verbazing om te vallen. Dan door naar Park Güell. 'We gaan lopen', zeg ik enthousiast. Twee kilometer bergopwaarts. Als we buiten adem aankomen is het bijna donker en kunnen we gelijk weer terug. En nu zitten we uit te blazen van ons bliksembezoek. Benen omhoog en overal spierpijn. We zijn inderdaad geen twintig meer. Maar één ding is duidelijk: we moeten nog een keer terug.

Truus Oudendijk