• Truus Oudendijk

Kettinggesprek met Lida Germs

WILNIS Bijzondere vrouw, Lida Germs. Ze heeft een druk gezin, een baan in de zorg, volgt een opleiding en werkt als vrijwilliger in het St. Johannes Hospitium. En levert ook nog hand- en spandiensten bij CSW

Truus Oudendijk

Marjolein van Dijk, met wie ik vorige week sprak is benieuwd hoe ze iedere keer weer met frisse moed de zorg in het hospitium op kan pakken.

Lida: 'Dat is iets aparts. Werken in de zorg is altijd hurry-up aan

de gang en in het hospitium is dat precies het tegenovergestelde. Ik moet mezelf vaak afremmen om rust te creëren. De mensen die daar liggen hebben niet zo lang meer. Zodra je daar de deur binnenkomt voel je een oase van rust en veiligheid. Dat is heel mooi en warm. Je laat aan de mensen de keuze wat ze nog willen. Willen ze nog niet gewassen worden, dan is dat goed. Willen ze wel een boterham of juist niet. Het maakt niet uit.'

Wat doe je er?

'Ik geef zorg aan bed. Ik ben er meestal in de ochtend, dan praat ik met de mensen. En als ze iets lekkers willen maak ik dat klaar of ga ik het halen. Even naar de bakker bijvoorbeeld voor een croissantje. Soms eten ze het op en soms maar een klein stukje, maar dat geeft niet. Als mensen heel slecht zijn, blijf ik gewoon bij ze zitten. Je hoeft niet altijd iets te zeggen. Er zijn is vaak al genoeg.'

Hoe voelt het voor jezelf?

'Het is bijzonder om er te helpen, want we voelen ons allemaal gelijkwaardig. Natuurlijk is een verpleegkundige een professional, maar er zijn ook mensen die geen achtergrond in de zorg hebben. Iedereen krijgt een cursus hoe je mensen uit bed haalt, hoe je ze op de postoel zet en hoe je een bed opmaakt. Daarna loop je met alle dagdelen een keer mee. Vervolgens kijk je of je het nog steeds leuk vindt om te doen en of de anderen ook met jou willen werken. De klik moet wel wederzijds zijn. Of je nu zorgvrijwilliger bent, gastvrouw, of in de keuken helpt, we zijn allemaal met hetzelfde doel bezig: de laatste levensperiode van de mensen die er liggen zo aangenaam mogelijk te maken.'

Is het emotioneel zwaar?

'Soms wel. Ik neem het niet snel mee naar huis, maar als het jonge mensen betreft heb ik daar wel moeite mee. Door met elkaar te praten kun je dat verwerken. Er is ook een stilteruimte waar je even tot bezinning kan komen.'

Waarom ben je het gaan doen?

'Ik werk al vanaf mijn zestiende in de zorg en toen het hospitium hier kwam zeiden bekenden tegen me: is dat niet iets voor jou? Eerst twijfelde ik nog even, maar nu is het niet meer uit mijn leven weg te denken. En het geeft zoveel voldoening.'

Wat doe je in de zorg?

'Ik werk in Huis aan de Poel in Amstelveen, op een somatische afdeling, waar mensen wonen die nog wel wat regie over hun leven hebben. Daarbij volg ik de opleiding voor Eerste Verantwoordelijke Verzorger. De zorg heeft mij altijd aangetrokken. Na de middelbare school heb ik de keuze gemaakt om daarin verder te gaan. Vroeger heb ik al een diploma Verzorgende gehaald, maar sinds anderhalf jaar heb ik intern een nieuwe opleiding Verzorgende IG gevolgd, omdat de opleiding bejaardenverzorgende niet meer meer up-to-date was. Het betekende wel weer anderhalf jaar naar school, anderhalf jaar leren en met de computer om leren gaan. Vroeger schreef je allemaal verslagen, nu moet alles digitaal. En dat wordt alleen maar meer.'

Het kost allemaal een hoop energie, heb je nog wel tijd voor de voetbalclub?

'Ja, daar maak ik ook tijd voor. Ik doe het wedstrijdsecretariaat, mijn man en ik regelen samen de wedstrijden. Toen onze zoon begon met voetballen is mijn man jeugdeider geworden. Ik ging mee om te kijken en ben ik hem gaan helpen, bij het secretariaatswerk. Zo rol je er langzaamaan in. Alles bij elkaar is het natuurlijk best wel eend druk leven, maar ik houd ervan om onder de mensen te zijn. Zaterdag staat altijd in het teken van voetbal, het is er altijd gezellig. Ik houd van mijn werk, in het verzorgingstehuis, maar ook bij het hospitium. Die zorg geeft mij energie. Ik ga er nooit chagrijnig heen en ik kom er ook nooit chagrijnig vandaan. Ik word er eigenlijk alleen maar heel blij van.'

Wie nodig je uit voor het volgende gesprek?

'Margareth van Drooge. Zij heeft een intensieve baan, is ook vrijwilliger bij CSW, en heeft een druk sociaal leven. Hoe brengt zij het op om ook nog met plezier EHBO les te geven bij St.Lucas?'