• Als Wim Pol nog tijd over heeft, leest hij ook graag een boek

    Rosanne Kok

Wim Pol: 'Deze hulp is écht nodig'

DE RONDE VENEN Deze week in het Kettinggesprek Wim Pol. Wim Pol is vrijwilliger bij de Voedselbank en voert de intakegesprekken met de mensen die gebruik willen maken van deze dienst. Hij onderzoekt of voldaan wordt aan de voorwaarden.

Rosanne Kok

Wim Pol: 'De intakegesprekken vinden altijd plaats bij de hulpvragers thuis. Samen met een andere vrijwilliger ga ik daar op bezoek.

Alle inkomsten en uitgaven brengen we in kaart zodat we een goed overzicht krijgen van de financiële situatie. We proberen ook te zoeken naar de onderliggende oorzaak van het probleem en tevens mee te denken in oplossingen. Budgetmaatjes van Tympaan-De Baat kunnen helpen om de financiële administratie weer op orde te brengen en ook bij de gemeente zijn verschillende regelingen te treffen zodat bijvoorbeeld minder belasting hoeft te worden betaald. Die regelingen kunnen absoluut verlichting geven. Als blijkt dat iemand aan de voorwaarden voldoet, wordt toestemming gegeven voor het wekelijks afhalen van het voedselpakket. Na drie maanden tot zes maanden volgt een controlegesprek waarin opnieuw bepaald wordt of nog aan de voorwaarden wordt voldaan.'

 

Kun je een schatting geven van het aantal intakegesprekken dat je voert?

'Bij Voedselbank De Ronde Venen komen in de winter zo'n drie tot vier aanmeldingen per week binnen, in de zomer veel minder. Dan zijn het één of twee per week.  Voor mij betekent dit dat ik één avond per week besteed aan het vrijwilligerswerk voor de Voedselbank.'

 

Hoe ga je om met de schrijnende situaties die je soms tegenkomt?

'In het begin vond ik ieder bezoek enorm heftig en was ik ook echt van slag als ik na een gesprek weer thuis kwam. Dat gevoel kan ik inmiddels beter een plek geven. Ik zie dat ik hiermee echt mensen kan helpen en blij kan maken. Het heeft mij ook geleerd dat het echt iedereen kan overkomen. Een faillissement, een scheiding, verkeerde toeslagen aangevraagd in het verleden; het kunnen allemaal dingen zijn die zo op je pad terechtkomen.'

 

Waarom heb je er specifiek voor gekozen vrijwilligerswerk bij de Voedselbank te gaan doen?

'Ik heb altijd al veel vrijwilligerswerk gedaan. Vooral bij de Veenhartkerk waar ik bij betrokken ben. Daar ervaarde ik dat ik  juist wat wilde doen voor een organisatie die groter is dan de kerkgemeenschap. Ik wilde meer naar buiten gericht zijn. Daarbij vind ik het belangrijk om iets te doen voor mensen die het écht nodig hebben. Dat komt hier bij de Voedselbank heel mooi samen.'

Hans Verburg is benieuwd of de nood bij de Voedselbank wel echt zo groot is. Kun je daar iets over vertellen?

'Ja, de nood is groot. De stap zetten om gebruik te maken van de Voedselbank is enorm. Al je financiële gegevens komen op tafel. Bovendien valt het voor sommige mensen niet mee om toe te geven dat het je zelf niet gelukt is. Ongeveer de helft van de aanmeldingen bij de Voedselbank is afkomstig van statushouders. Ze hebben hier in Nederland hun status verkregen, maar alle uitkeringen en toeslagen moeten nog in gang worden gezet. Ook mogen ze nog niet aan het werk. Zij maken dan voor een paar maanden gebruik van de Voedselbank totdat ze op een andere manier een inkomen krijgen zodat ze zelf in hun eten kunnen voorzien.'

 

Waar heeft de Voedselbank op dit moment behoefte aan?

'Wij kunnen altijd vrijwilligers gebruiken; de pakketten moeten worden ingepakt, uitgedeeld en op de diverse afhaalpunten worden bezorgd. Dit vraagt ook om een coördinator. Daarnaast hebben we altijd behoefte aan producten. We hebben een heel goede samenwerking met de lokale supermarkten die ons veel producten doneren. Daarnaast houden scholen, winkels en kerken regelmatig acties waardoor we veel spullen krijgen. Dat wat mist zijn versproducten als groenten, fruit, aardappelen of eieren. Daarom wil ik via deze weg een oproepje doen aan kwekers of telers; mocht je iets over hebben, de gebruikers van de Voedselbank zijn er wat blij mee.'

 

Aan wie geef je dit Kettinggesprek door?

'Ik geef dit gesprek door aan Ojin Dahdal. Zij is vier jaar geleden vanuit Syrië naar Nederland gevlucht. Inmiddels heeft ze hier haar Atheneum diploma gehaald en nu studeert ze Geneeskunde in Amsterdam. Ik heb enorm veel bewondering voor haar en voor de weg die zij heeft afgelegd. Ze heeft zich de Nederlandse taal binnen zeer korte tijd eigen gemaakt en redt zich hier uitstekend. Ik wil haar uitnodigen om haar verhaal met de gemeente te delen.'