• Paul Scholten: - Door de kennis die je vergaart bij wat er gebeurt tijdens een brandproces snap je ook hoe je het bestrijden moet. -

    Truus Oudendijk

Kettinggesprek Paul Scholten: Altijd paraat

DE RONDE VENEN Paul Scholten is een brandweerman pur sang. Op 20-02-2020, zwaait hij af. Een bijzondere datum, want diverse combinaties van die cijfers geven het getal 40. En dat is het aantal jaren dat Paul actief is geweest bij de brandweer. Maar nu is het mooi geweest. Patrick van der Waaij is benieuwd wat er allemaal veranderd is de afgelopen jaren.

Het is een heel ander verhaal geworden. Opleidingen waren heel anders, want ieder onderdeel deed je apart. Vroeger ging je bij de brandweer, je meldde aan en als je bij wijze van spreken een rondje gelopen had en je zag er goed uit, was je aangenomen. Nu ga je een psychologische modus in en word je getest of je dit vak wel aan kan. Als brandweerman kom je leuke dingen, maar ook heel veel nare dingen tegen. Ben je daar tegen bestand? Ze willen graag iemand hebben die de opleiding gaat doen, maar dat hij of zij ook blijft, want in die opleiding wordt veel geïnvesteerd. De leergang is wat dat betreft wel verbeterd."

Hoe ben je zelf begonnen? "In januari 1980 als brandwacht bij de bedrijfsbrandweer bij SC Johnson in Mijdrecht. Met een hele groep zijn we de opleiding gaan volgen. In mei 1981 heb ik het diploma brandwacht gehaald, maar we deden ondertussen al van alles, want zodra je maar met een slang kon rollen, mocht je mee. Vroeger sprong je op de auto en hoe meer er mee konden hoe beter het was. Nu gaan we er van uit: er zijn zoveel plaatsen dus zoveel mogen er mee. Daarnaast is er één plekje voor een stagiaire. Die kan wat hand- en spandiensten verrichten en zo ervaren wat het betekent om bij de brandweer te zijn. In de jaren na 1981 heb ik het diploma persluchtmaskerdrager gehaald, werd ik brandwacht 1e klas, kreeg ik het certificaat hulpverlener en haalde in het jaar 2000 het diploma brandmeester. 23 jaar geleden ben ik bij de gemeentelijke brandweer gegaan. Daar hadden ze ook mensen nodig. 80 procent van de brandweer is vrijwilliger, 20 procent beroeps. Maar het maakt niet uit of je beroeps bent of vrijwilliger, je doet exact hetzelfde. Bij de brandweer heb je een warme en een kouwe kant. De warme kant blust, de kouwe kant zit achter een bureau en doet het papierwerk."

Wat is je passie om dit te doen? "De een heeft wat meer met vuur, want die vindt het leuk om er mee te experimenteren en een ander heeft er helemaal niks mee. Ik behoor tot die eerste categorie. Ze zeggen altijd van brandweermannen dat ze pyromanen zijn, maar we zijn pyrologen. Wij bestuderen het vuur en dat is een heel andere insteek. Door de kennis die je vergaart bij wat er gebeurt tijdens een brandproces snap je ook hoe je het bestrijden moet. Brand blussen gebeurde in het verre verleden door het gooien van emmertjes water naar de vuurhaard, totdat Jan van der Heijden in 1673 de brandslang uitvond. Daarna zijn er zoveel ontwikkelingen geweest, waardoor er sneller en makkelijker geblust kon worden met minder risico voor de mensen."

Leg dat eens uit? "Wat we altijd deden, en nog doen, is naar binnen gaan. Maar eigenlijk wil je in sommige gevallen niet meer naar binnen. De vuurbelasting is dan zo groot dat het levensgevaarlijk is. Vroeger ging je maar door."

Was dat onverantwoord? "Nee, dat niet, maar er was te weinig kennis. Nu we in al die jaren meer kennis hebben vergaard, treden we veel veiliger op. Ik ben instructeur en geef ook aan leerlingen mee dat ze goed moeten kijken wat er om hen heen gebeurt: voel de temperatuur, kijk wat de luchtstroom doet, wees je bewust dat een brand leeft."

Wat deed je voor werk bij Johnson? "Ik was proces operator, ik vervaardigde de producten en was bij de bedrijfsbrandweer plaatsvervangend postcommandant. Ik heb heel veel dingen opgebouwd bij Johnson. Vanaf een oude tankautospuit tot een compleet nieuwe bluswagen die er nu staat. Er zijn heel wat ontwikkelingen binnen de brandweer. Vroeger was het de taak van de gemeente, maar nu hoort het bij de Veiligheid Regio Utrecht. Er hebben veel veranderingen plaatsgevonden. Als je me vraagt was het vroeger leuker? Dan zeg ik: ja. Want je mocht veel meer doen en je was ook meer betrokken bij de ontwikkelingen van materieel. Nu wordt er door technici iets ontwikkeld dat landelijk ingezet wordt. Kostenbesparend en dus begrijpelijk, maar minder leuk."

Wat ga je doen met je vrije tijd? "Ik heb mijn eigen bedrijf in bedrijfshulpverlening, waarbij mijn vrouw en dochter ook meewerken, dus ik hoef me niet te vervelen. Misschien wat meer sporten of fietsen, of een maatjesproject. Ik heb alle facetten meegemaakt, van chauffeur tot leidinggevende en bevelvoerder. Het was allemaal geweldig om te doen, maar het is mooi geweest."

Wie nodig je uit voor het volgende gesprek? "Jopie de Hollander, ze is 83 en is vrijwilliger bi de kerk. Helpt nog mee op de kwekerij van haar schoondochter. Ik ben benieuwd wat ze allemaal doet."

Truus Oudendijk